Op 9 en 10 september vond de Werkconferentie Schier 2019 plaats. De werkconferentie stond in het teken van de digitale voortgangstoets (VGT), die vanaf het september 2021geïntroduceerd zal worden. De werkconferentie is georganiseerd door de Werkgroep Interfacultaire voortgangstoets (WIV). Op uitnodiging van de WIV mocht het IMS aansluiten bij de werkconferentie.

In essentie komt het erop neer dat studenten straks een ‘individuele digitale voortgangstoets’ zullen maken, die beter weergeeft wat het niveau is van de studenten. Daarachter werkt een ingewikkeld statistisch model, waarbij studenten afwisselend moeilijke en minder moeilijke vragen krijgen en als het ware zigzaggend bij hun eindscore terechtkomen. Ten opzichte van de eerdere papieren VGT, zullen studenten daarom minder vragen hoeven te maken (gemiddeld 100-125 vragen) om het niveau in te schatten. Daarnaast zal er gewerkt worden aan een ander systeem voor feedback, zodat studenten kunnen leren van de gemaakte fouten. Er zal per foute vraag een ‘learning point’ teruggekoppeld worden aan de student. Een learning point kan zijn ‘traumatische knieletsels’ in plaats van ‘mediale meniscus laesies’. Zo zouden studenten zich meer kunnen focussen op thema’s, in plaats van het bestuderen van het juiste antwoord.

Het voordeel van dit nieuwe digitale systeem, is dat de VGT sneller verwerkt kan worden en dat de resultaten eerder bekend zullen zijn. Verder ontvangen studenten direct feedback. De toetsing is individueler en daardoor meer op het niveau van de student; je krijgt straks als eerstejaarsstudent geen vragen van stof die je nog niet hebt gehad en dus niet beheerst. Stof uit latere jaren kan bij iedere faculteit anders gegeven zijn, omdat curricula verschillend zijn en dat is de kracht van de VGT dat je het eindniveau toetst, maar niet de weg naar het eindniveau. Tot slot zal de afnametijd van de VGT korter zijn ten opzichte van de papieren toets; waarbij de toets straks gemiddeld zo’n twee tot tweeënhalf uur duurt.

Er kleven echter nog wel een aantal nadelen aan dit nieuwe systeem, waar het IMS voor beducht is. Als er adaptief getoetst gaat worden, lukt het straks niet om terug te scrollen naar eerder beantwoordde vragen. Het systeem heeft het antwoord op de vraag nodig om de volgende vraag te kunnen stellen. Verder wil de WIV niet, dat de studenten de vragen onthouden of meenemen. Er wordt wel gekeken naar een oplossing hiervoor. Bij de inzage, dus achteraf, kan het eventueel wel. Tot slot, moet je straks als student meteen je commentaar op een vraag geven.

Er zullen ook zaken onveranderd blijven, zoals het aanvullen van de database. De huidige database bestaat uit 8000 vragen. Vele vragen zijn verouderd. De WIV heeft er daarom voor gekozen om vragen ouder dan 10 jaar te schrappen. Dit vergt wel energie en inspanning vanuit de faculteiten geneeskunde om correcte toetsvragen aan te leveren voor de database, deze verplichting staat nu ook vast. Gemiddeld leveren faculteiten zo’n 300 vragen vragen per jaar. Gelukkig heeft elke faculteit een Voortgangstoets Beoordelingscommissies (VBC) om de kwaliteit van vragen te waarborgen.

Er wordt nog hard gewerkt aan een communicatieplan voor onder meer de studenten. Hier zal het IMS te zijner tijd bij betrokken worden. Er is echter wel aangestipt dat het belangrijk is vroegtijdig alle studenten te vergewissen van deze veranderingen, ook om mistanden weg te nemen.