De adviescommissie van Rijn is opgesteld om voorstellen te doen aan minister van Engelshoven voor een nieuw bekostigingssysteem voor het hoger onderwijs. Hierdoor zal er een mogelijke herverdeling plaatsvinden van de onderwijsgelden voor de verschillende opleidingen. Vanuit het IMS en de vertegenwoordigers zijn grote zorgen ontstaan over mogelijke gevolgen ten behoeve van de studie geneeskunde. Het IMS heeft samen met vertegenwoordigers van de geneeskundefaculteiten een brief geschreven om de commissie te overtuigen dat de huidige bekostiging voor de studie geneeskunde gehandhaafd moet blijven.

Onderstaand de brief aan de commissie van Rijn:

Aan:​ Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek
t.a.v. dhr. M. van Rijn, voorzitter

Betreft: ​bekostiging medische opleidingen
Datum: ​14-03-2019

Geachte leden van de adviescommissie Bekostiging van het Hoger Onderwijs en Onderzoek,

In april 2019 zal u een advies aan minister van Engelshoven uitbrengen over de herziening van de bekostigingssystematiek van het hoger onderwijs en onderzoek. Binnen deze herziening zijn wij van mening dat de huidige bekostiging van de geneeskundeopleidingen gehandhaafd moet blijven. In deze brief lichten wij toe waarom wij deze bekostiging noodzakelijk vinden en welke consequenties een verlaging zou hebben voor de kwaliteit van de opleidingen en daarmee de gezondheidszorg in Nederland.

Verantwoordelijkheid voor de patiënt en voor de samenleving

Artsen hebben een centrale rol in de gezondheidszorg en daarmee in de samenleving. Binnen deze samenleving blijft het leveren en organiseren van zorg een grote uitdaging en veelal onderwerp van debat. Geneeskundestudenten worden opgeleid om effectief in dit systeem te kunnen opereren en dragen vanaf het afstuderen daarmee verantwoordelijkheid voor hun patiënten en breder, de gezondheidszorg. De ontwikkeling van deze verantwoordelijkheid wordt bevorderd door geleidelijke toename van taken en verantwoordelijkheden vanaf het begin van de opleiding. Daarnaast worden studenten onder zorgvuldige begeleiding gestimuleerd tot reflectie op het eigen functioneren en de verantwoordelijkheden, met als resultaat zelfverzekerde, zelf-kritische, deskundige zorgprofessionals.

Kleinschalig onderwijs en individuele begeleiding voor het ontwikkelen van competenties

In veel opleidingen staat de overdracht van kennis en het aanleren van wetenschappelijke vaardigheden centraal. Naast deze onderwijsonderdelen is er binnen de geneeskundeopleiding, meer nog dan bij andere opleidingen, aandacht voor een derde component: competentieontwikkeling. De dokter van de toekomst wordt niet alleen wetenschappelijk opgeleid, maar wordt opgeleid voor een gedefinieerd beroep met wettelijke kaders, met alle bijbehorende vaardigheden en competenties die nodig zijn om de eerder genoemde verantwoordelijkheid te kunnen dragen. In een tijd waarin de zorg snel innoveert en wetenschappelijke kennis exponentieel toeneemt, krijgen deze competenties bovendien nog meer gewicht. De dokter van de toekomst moet flexibel kunnen opereren binnen het veranderende zorglandschap.
In het Raamplan Artsopleiding 2009 worden zes competentie-rollen benoemd, waarin een toekomstig arts in moet worden opgeleid, te weten: communicator, samenwerker, organisator, gezondheidsbevorderaar, academicus en beroepsbeoefenaar.[​ 1]​ Het ontwikkelen van deze competenties behoeft kleinschalig onderwijs en intensieve, persoonlijke begeleiding. Zo worden de competenties samenwerken en communiceren getraind en getoetst in kleine groepen met vaste docenten, waarbij ook vaak simulatiepatiënten of medisch psychologen betrokken zijn. De competentie beroepsbeoefenaar vereist een tal van intensieve, activerende onderwijsvormen waarbij bijvoorbeeld het afnemen van een anamnese, het doen van lichamelijk onderzoek of het aanleren van vaardigheden als infuus prikken, venapunctie en katheterisatie worden geoefend. Dergelijke onderwijsvormen zijn gezien de groepsgroottes, benodigde materialen, en de multidisciplinaire begeleiding kostbaar. Deze onderwijsvormen hebben al vanaf dag één een belangrijke plaats in de opleiding, omdat de ontwikkeling van studenten richting het eindniveau tijd kost en studenten een bepaald startniveau moeten hebben om de vaardigheden verantwoord verder te kunnen ontwikkelen tijdens de coschappen.

Longitudinale ontwikkeling en begeleiding

De opleiding tot arts is lang en intensief en bestaat uit verschillende onderwijsonderdelen die op hun beurt de verschillende competenties en kennisdomeinen behandelen. Uiteindelijk leiden al deze eindtermen tot het profiel van de Nederlandse basisarts. Het borgen van deze eindtermen vereist longitudinale monitoring en begeleiding van individuele studenten, met name over de verschillende vakgebieden heen. De interuniversitaire voortgangstoets die door bijna alle geneeskundestudenten gemaakt wordt, draagt bij aan het volgen van kennisontwikkeling. Het volgen van competentieontwikkeling vraagt om het periodiek waarnemen en beoordelen van studenten in de praktijk. Zowel het monitoren van kennis- als van competentieontwikkeling en daarmee het beoogde eindniveau vraagt om veel tijd, docenten inzet en middelen. Bij de opleiding geneeskunde is het betrouwbaar borgen van het eindniveau in het bijzonder relevant, omdat het behalen van de masteropleiding leidt tot een BIG-registratie en tot bevoegdheden als arts binnen de samenleving en de gezondheidszorg. Het uitvoerig volgen van studenten en hiermee ook het identificeren van studenten met onvoldoende kennis en vaardigheden, is dus noodzakelijk om de zorg veilig en verantwoord te houden en de gezondheid van patiënten te beschermen.

Duurzame opleiding met hoog rendement

Met de huidige onderwijsgelden is binnen de opleiding geneeskunde al volop aandacht voor efficiënt en doelmatig opleiden​.​ Als studenten merken wij dit bijvoorbeeld aan de inspanningen van de opleiding om uitval te voorkomen. In alle opleidingen is ondersteuning beschikbaar zoals een mentoraat, een docent-coach, en een studieadviseur. Deze vangnetten betalen zich uit: geneeskunde heeft een van de laagste uitvalpercentages van Nederlandse universitaire opleidingen en in Nederland opgeleide artsen behoren tot de top van de wereld. De geneeskundeopleidingen leiden hiermee dus bijzonder doelmatig op. Bovendien zien wij als studentbestuurders dat er met de huidige bekostiging al uitermate zorgvuldig wordt omgegaan. Kostbaar onderwijs wordt ingezet waar dat een duidelijke meerwaarde heeft of onmisbaar is en hierbij wordt aanwezigheid van studenten daarom vaak verplicht gesteld. Er is binnen de geneeskundeopleiding dus weinig tot geen ruimte om de kosten omlaag te brengen, zonder dat het opleiden van nieuwe artsen daar kwalitatief onder zal lijden.

Samenvattend vinden wij het onverstandig om bij het herzien van de bekostiging voor Hoger Onderwijs en Onderzoek de gelden voor de opleiding geneeskunde naar beneden bij te stellen. Een goede en betaalbare gezondheidszorg is van groot maatschappelijk belang en hiervoor zijn kundige artsen noodzakelijk. Als studenten en studentenvertegenwoordigers ondervinden wij dagelijks dat de middelen nodig zijn en bewust en doelmatig besteed wordt om de arts van de toekomst op te leiden.

Mochten er binnen de commissie nog vragen zijn over deze brief en de gevoerde argumentatie, dan gaan wij uiteraard graag in gesprek.

Hoogachtend,

Namens het Interfacultair Medisch Studentenoverleg (IMS),
Kirsten Hoek (Voorzitter IMS, student Erasmus MC)
voorzitter@imsnederland.com

Mede ondertekend door:
Janneke Verhoeven (Secretaris IMS, student RadboudUMC)
Anne Leerling (Studentvertegenwoordiger O&O NFU, student LUMC)
Joni Remmits (Studentvertegenwoordiger O&O NFU, student UMC Utrecht)

Namens de studentvertegenwoordiging Amsterdam UMC, locatie AMC,
Hicham Bouhaddou (Assessor geneeskunde)
Aniek Broekhuizen (Assessor geneeskunde)

Namens de studentvertegenwoordiging Amsterdam UMC, locatie VUmc,
Annewies Schrijer (Studentassessor VUmc)
Yu Lam (Voorzitter studentenraad VUmc)

Namens de studentvertegenwoordiging Erasmus MC,
Koen van Tulder, Eline Hoex (Commissarissen onderwijs Medische FaculteitsVereniging Rotterdam)
Vera Rutten (Voorzitter Co-Raad Erasmus MC)

Namens de studentvertegenwoordiging UMCG,
Elisa ter Kuile (Adviserend student-lid van de Raad van Bestuur)

Namens de studentvertegenwoordiging LUMC,
Dagmar Brouwer (Studentassessor LUMC)
Joren Verhoog (Voorzitter Leidse Coraad)

Namens het Maastricht UMC+,
Gijs van der Hamsvoort (Studentassessor FHML)
Juul Hennissen (Voorzitter studentvertegenwoordiging Geneeskunde)
Studentgeleding van de faculteitsraad

Namens de studentvertegenwoordiging RadboudUMC,
Lavinia Martis (Studentassessor)

Namens de studentvertegenwoordiging UMC Utrecht,
Jabar Asaksak (Studentassessor)
Pim Teeuwen (Voorzitter studentenraad)

Bronnen:
[1] Prof. Dr. C. van Herwaarden, Prof. Dr. R. van Laan, Drs. R. Leunissen. Raamplan Artsopleiding 2009. Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra.